De regel van 3



De bloeddruk verschilt van dag tot dag, maar kan ook op eenzelfde dag flink variëren. De bloeddruk die je ’s morgens tussen het opstaan en het ontbijt meet, zal verschillend zijn van de bloeddruk die je ’s avonds meet, tussen de avondmaaltijd en het slapengaan. Daarom moet je verschillende keren meten om een nauwkeurige diagnose te kunnen stellen.

Hoe meet je de bloeddruk?
De regel van 3

((Bron: aanbevelingen van het Comité Français de Lutte Contre l’Hypertension artérielle).

De diagnose van hypertensie kun je pas stellen wanneer je verschillende, opeenvolgende metingen hebt uitgevoerd in de juiste omstandigheden. Je past hier de regel van 3 toe:

  • 3 metingen ’s ochtends, vóór het ontbijt en de inname van geneesmiddelen, met een interval van 5 minuten;
  • 3 metingen ’s avonds, vóór het slapengaan en na een eventuele inname van geneesmiddelen;
  • gedurende 3 opeenvolgende dagen.

 

Het gemiddelde van deze 18 metingen zal geïnterpreteerd worden door een arts.

Je voert deze metingen best niet op andere momenten van de dag uit. Het is wel mogelijk dat je arts je vraagt gedurende 5 of 7 dagen te meten.