De behandeling met geneesmiddelen



Er bestaan verschillende klassen van bloeddrukverlagende medicijnen. De keuze is afhankelijk van:

  • het bloeddrukniveau
  • de aanwezigheid van cardiovasculaire risico’s

Types van geneesmiddelen die
voorgeschreven worden bij
niet-gecompliceerde essentiële hypertensie

  • Bètablokkers zorgen ervoor dat het hart rustiger gaat pompen. Het is de therapeutische klasse die al het langst wordt voorgeschreven in geval van ischemische hartklachten.
  • Via de urine halen diuretica het zout en water uit het bloed, dat gefilterd wordt door de nieren. Dit leidt tot een afname van het bloedvolume en dus ook van de bloeddruk.
  • Medicatie die de omzetting naar angiotensine blokkeren (ACE-remmers) veroorzaken een uitzetting van de aders, waardoor de bloeddruk afneemt.
  • De antagonisten van de receptoren van angiotensine II hebben een effect dat lijkt op dat van ACE-remmers, maar worden beter verdragen.
  • Calciumantagonisten verwijden eveneens de aders.

Als ondersteunende behandeling wordt voorgeschreven:

  • Centrale antihypertensiva: ze verminderen de bloeddruk door die in de hersens te regelen (minder vaak voorgeschreven omwille van de bijwerkingen).
  • Alfablokkers: verwijden de aders door de activiteit van adrenaline te verminderen, waardoor de bloeddruk daalt.

Ieder zijn behandeling

Niet iedereen met hypertensie wordt op dezelfde manier behandeld. Elke therapeutische klasse heeft indicaties en contra-indicaties. De keuze van een behandeling is ook steeds afhankelijk van een reeks factoren: de leeftijd, het geslacht, het bloeddrukniveau, de aanwezigheid van risicofactoren, bestaande ziektes,... en de reactie op het product. De behandeling kan bestaan uit 2 tot 3 producten en gaat altijd gepaard met een verandering in de levenswijze en de voeding.

Belangrijk:

De behandeling moet voorgeschreven worden door je behandelende arts.

Neem je geneesmiddelen op een vast tijdstip in en vergeet ze niet.

Stop nooit op eigen initiatief met de behandeling.

Last van bijwerkingen? Praat erover met je arts, hij zal je behandeling aanpassen.